Regenkeepje
Anderhalve week geleden toen het zo hard regende buiten was ik stiekem een beetje blij. Ik had namelijk al weken een nieuw ongebruikt regenkeepje in m'n tas meegesleept, maar had het nog niet kunnen gebruiken. Ja, het had wel geregend. Ik woon ook in Nederland. Maar die regen was echt niet regencapewaardig. Voor de regencape moest het gieten, voor minder kwam de cape niet uit de hoes. En je staat trouwens ook behoorlijk voor lul als het een beetje spettert en jij in vol regentenue voorbij komt fietsen. Je staat met een regencape trouwens altijd voor lul, maar dit terzijde.Goed, het goot dus. En ik trok mijn spiksplinternieuwe zwarte cape aan, trok de capuchon vast en sprong op mijn fiets. "Dit gaat lekker", dacht ik terwijl ik droog richting Amsterdam fietste. "Ik ben helemaal droog, geen druppel komt op m'n kleding, jeehee, goede aankoop!" Dat mijn laarzen doorweekt waren, gaf niet. Dat voelde ik toch niet. En voor de druppels in mijn gezicht had ik ook al een oplossing bedacht. Ik ging een hip regenhoedje kopen. Ja een hoedje maakte m'n regenoutfit helemaal af. En zo fietste ik verder. Mezelf gelukkig voelend met m'n cape. Opeens zag ik dat er een soort plasje tussen mijn armen en het stuur ontstond. Maar dat plasje kon mijn bui echt niet bederven. Verder was ik toch droog? Maar toen het plasje in een soort meertje transformeerde, werd het toch wel tijd voor een oplossing. En die had ik gevonden. Met een hand ging ik onder de cape door richting het meertje en klapte in een ferme beweging tegen m'n cape aan in een opwaartse beweging. Het water spatte naar boven. Ver naar boven. Het water spatte namelijk in mijn gezicht. Dat was even schrikken. En niet de bedoeling. Even was ik bang dat ik een van mijn lenzen zou verliezen en dus staakte ik mijn gefiets en stopte abrupt. Ik knipperde met mijn ogen en zag een jongen op me af fietsen. Schaterlachend. Naar mij wijzend. Ik lachtte schaapachtig terug. En volgde hem nog even, ik draaide mijn hoofd om om hem te volgen. Hij lachtte nog steeds. En hij keek ook nog even achterom. Naar mij. En hij zag het paaltje niet. En zo fietste hij keihard tegen het paaltje op. Nu moest ik lachen. Hij had zich toch niet bezeerd. Wat een rare situatie? Ik lachtte harder en harder. En de jongen inmiddels ook weer. En zo stond ik met een volslagen vreemde jongen keihard te lachen in de stromende regen. Het was natuurlijk helemaal mooi geweest als we toen nummers hadden uitgewisseld, waren gaan daten, ik nu hevig verliefd was en had aangekondigd dat ik me ging verloven. Maar ja, zo leuk was hij ook weer niet. En ik ook niet. In mijn keepje.
Al 17 reacties
Trackback link: http://desalniettemin.com/pivot/tb.php?tb_id=424









