"Wees de verandering die je in de wereld wilt zien."
De rij bij de kassa van de Albert Heijn was lang. Voor me stonden twee jongens van allochtone afkomst. Ik luisterde naar hun gesprek."Kwam je nou gisteravond weer die club niet binnen", zei de ene jongen.
"Nee man", brieste de andere jongen. "Die uitsmijter is een neger, die moet ons niet, die discrimineert, weet je".
"Ik ken hem. We zouden hem een keer moeten pakken".
"Zeker".
"Wat ben je toen gaan doen dan?"
"Ik kon focking nergens heen. Overal waren homo's. Weet je? Door die focking homo parade".
"Oh ja die focking homo's. Ze zouden ze moeten afschieten. Cohen zat ook op zo'n boot. Die is maaaaf man".
"Cohen is een kankerjood en nog gek ook, want al die focking homo's hebben aids. Daar ga je toch niet tussen staan".
"Homo's zijn vieieiessss".
Ik stond er bij en luisterde er naar en kookte van woede.
Diverse keren dacht ik: 'En nu ga ik er wat van zeggen'. Ik wilde ze vertellen dat je niet van mensen kunt verwachten dat ze jou niet discrimineren als je zelf hetzelfde doet. Ik wilde ze vertellen dat mijn vader als jood in Iran opgroeide en hoe vaak hij zelf ook gediscrimineerd werd, hij mij altijd heeft geleerd nooit te discrimineren. Want als je zelf discrimineert dan kan iemand dat ook jou aan doen.
Hij leerde me over Gandhi die zei: "Wees de verandering die je in de wereld wilt zien." Ik wilde de jongens over Gandhi vertellen die door middel van pacifisme bijna alles bereikte wat hij wilde voor zijn India. Omdat hij zo respect afdwong. Je kan niet krijgen wat je zelf niet geeft.
Ik dacht aan de boot die ik gisteren voorbij zag varen met homo's met Geert Wilders en Rita Verdonk-maskers op die bordjes omhoog hielden met teksten als: 'Trots op Antillianen' en 'Trots op Marokkanen' en 'Trots op Turken'. Wat wilde ik ze graag vertellen over die homo's die zij even daarvoor vies noemden.
"Meisje", onderbrak een van de jongens mijn gedachten. "Heb jij een bonuskaart?"
Even twijfelde ik of ik zou zeggen dat ik een joodse lesbiënne met aids was, maar ik deed het niet.
"Nee, ik heb geen bonuskaart", zei ik. "Die ben ik gisteren verloren. Maar als ik er een had gehad dan had ik je hem wel gegeven, ondanks alle bagger die net uit je mond kwam".
IJzig keek ik hem aan.
Verbaasd keken ze terug. "Welke bagger", vroeg de andere jongen.
En daar bleef het bij. Want ik had geen zin meer om verder met ze te praten. Soms ben ik zelf namelijk ook nog al bevooroordeeld. Met sommige types heeft het volgens mij gewoon niet zo veel zin om in discussie te gaan.

Al tien reacties
Trackback link: http://desalniettemin.com/pivot/tb.php?tb_id=1044









