Linkdump
bij de ingang van de Albert Heijn
"Die", hoorde ik een klein jongetje aan een ander klein jongetje vragen terwijl hij naar mij wees."Nee", zei het andere jongetje vastbesloten. "Die is zelf moeder".
"Nee man, die loopt op Nikes die is echt geen moeder".
Ik grinnikte om de conversatie en draaide me om om te vragen wat er precies met mij, mijn eventuele moederschap en mijn Nikes aan de hand was.
"Wat willen jullie weten", vroeg ik toen ik omgedraaid voor de ventjes stond.
Schuchter keken ze me aan en vervolgens waren ze stil. Een moment of wat later begon het jongetje dat mij geen moeder vond omdat ik op Nikes liep, te stotteren: "Nou wij vroegen ons af of u kinderen heeft".
"Waarom willen jullie dat weten", vroeg ik ze. Want ik kon me niet voorstellen dat de jongetjes van een jaar of acht dit wilden weten omdat ze zich afvroegen of date-able ben.
"Omdat", antwoordde het jongetje, "we dan willen vragen of wij uw voetbalplaatjes mogen".
"Dat mag", zei ik vertederd en vervolgens kocht ik kattengrind, wasmiddel voor de witte was en kleurwasmiddel, terwijl ik dat alle drie eigenlijk nog niet nodig had.
Leve de marketingcapaciteiten van de grootste die toch altijd op de kleintjes blijft letten.
bij de sigarettenbalie
Twee keer kreeg ik op een dag stom nieuws te horen.Ik ging even zitten, liet het op me inwerken en besloot toen dat ik niet bij de pakken neer ging zitten. In plaats daarvan ging ik boodschappen doen en iets gezelligs voor mezelf kopen. Troostshoppen werkt bij mij namelijk altijd............. zo'n drie minuten.
Onderweg naar de supermarkt viel mijn oog op de etalage van de kantoorboekhandel. Jazeker, je leest het goed. Troostshoppen kan ik ook bij de kantoorboekhandel. Moleskine dagboeken en notitieblokken met tulpen van Jacob Marrel op de kaft bieden mij wel degelijk troost.
Nadat ik een kwartier in de kantoorboekhandel had vertoefd omdat ik niet kon kiezen tussen kleuren, groottes, soorten en merken en maar besloten had, beiden te kopen, ging ik op weg naar de supermarkt.
Ik werkte mijn boodschappenlijstje af, betaalde bij de kassa, liep de winkel uit en zag onderweg naar de uitgang, hele leuke glazen potten met bollen van hyacinthen er in. Die moest ik hebben. Had ik overigens al gezegd dat troostshoppen bij mij doorgaans maar zo'n drie minuten werkt?
Ik stond bij de kassa van de sigarettenbalie en wachtte op de cassière. Die voerde namelijk een heel geanimeerd gesprek aan de telefoon.
'Ze is zo klaar', prentte ik mezelf in.
Maar dat was ze niet. Het gesprek duurde minstens zes minuten.
Gedurende het gesprek probeerde ik haar blik te vangen, maar dat lukte niet. En dat lag niet aan mijn blikvangkwaliteiten, maar meer aan haar stoïcijnse ik - negeer - iedereen - gewoon - modus.
'Wat is nou vijf minuten', vroeg ik mezelf af terwijl ik al zo'n acht keer op mijn horloge had gekeken.
Toen ze klaar was, kwam er net een collega van haar voorbij die op weg naar huis was en nog iets moest pakken vanachter de sigarettenbalie. Daar moest ze natuurlijk ook even mee kletsen.
Aangezien het blikvangen geen effect had gehad en mijn keel nu redelijk gevoelig begon te worden vanwege al het schrapen, probeerde ik het nu maar met wuiven.
"Ik kom zo. Een seconde", zei ze en giegelde om een grap die haar collega maakte.
'Ach ja. Een seconde', dacht ik. 'Dat kan er ook nog wel bij'.
Maar een seconde werden er minstens 180 en toen wilde haar collega ook nog een pakje sigaretten afrekenen.
Terwijl ik in mijn hoofd alle boeken die ik las over Mindfulness, van Eckhart Tolle en alle hoofdstukken van Don't Sweat the Small Stuff voorbij liet komen en mezelf nu echt moest beheersen om niet boos te worden, omdat het natuurlijk echt onzin is om je daar druk over te maken, omdat het verspilde woede is en een negatieve emotie en ga zo maar door, liet de collega terwijl hij wegliep vanachter de balie met een zwiep van zijn rugzak een display met voetbalkaartjes omvallen. Je raadt het al. Dat moest de sigarettenbaliecassière natuurlijk eerst opruimen.
"Staat er wel iemand achter deze kassa", vroeg een puberjongen met een mutsje op die me ondertussen gezelschap was komen houden.
"Ze is voetbalplaatjes aan het opruimen", antwoordde ik en ik wees naar de cassière die op haar knieën over de grond gebukt zat.
"Oh ja", zei de puberjongen.
Het sigarettenbaliemeisje krabbelde overeind, wendde zich tot mij en zei giebelend: "Sorry hoor. Het duurde allemaal even".
Bijna wilde ik haar vragen wat haar definitie van 'even' was, maar ik hield me in. Ik rekende gewoon de pot af en zou dan rustig de supermarkt uitlopen en het hele incident vergeten. Want dat was het. Een incident. Een minuscuul onzinnig incident.
Maar toen ik me omdraaide om weg te lopen, de cassière vroeg 'wie er nu aan de beurt was', de puberjongen vroeg 'of ze prepaid telefoonkaarten had' en de man in pak die na de puberjongen was aan komen lopen, want ik kon het weten, ik stond er als langste, zei: 'Ik ben aan de beurt mevrouw, niet hij' en vervolgens riep dat hij vier pakjes Marlboro wilde, vergat ik alles waar ik daarvoor zo op had lopen hameren.
"Hij was aan de beurt", zei ik met harde stem terwijl ik naar de puberjongen wees. "Niet u. En ik kan het weten. Want ik stond hier als eerste".
"Vier pakjes Marlboro", herhaalde de man in pak en deed of hij mij niet hoorde.
"U hoort me best", riep ik boos. "Hij is aan de beurt. U hoeft niet voor te dringen. Niemand gaat dood aan een paar minuten langer wachten".
En zo gebeurde het, dat niet de cassière maar de man in pak de volle laag kreeg. Bofte hij even.
En de puberjongen mocht toch als eerste een prepaid telefoonkaart kopen. Dus die bofte helemaal.
een tafel vol vriendschap en liefde
Op 3 juli 2007 schreef ik voor een opdracht van het NietLief Collectief dit stukje:Mijn fijnste plekje op deze wereld is een tafel. Het maakt niet uit waar de tafel staat maar wie er aan zitten.
Mijn fijnste plekje op deze wereld is een tafel waar goede vrienden en/of familie aan zitten. We eten heerlijk, drinken wijn en voeren gesprekken. We luisteren aandachtig naar wat een ander te vertellen heeft en lachen veel. Soms rennen er kinderen rond te tafel. Soms ook niet.
Mijn fijnste plekje op deze wereld is een tafel. Het zou fijn zijn als de tafel in een warm land op een mooi terras staat met uitzicht op de zee en druivenranken langs het houtwerk aan de rand van het terras. Maar dat hoeft niet. De tafel mag ook in Tjietjerkstradeel staan in een rijtjeshuiskeuken met rode bakstenen muren en uitzicht op een bouwkeet. Het gaat om het gezelschap.
Mijn fijnste plekje op deze wereld is een tafel. Een tafel waaraan enorm veel gelachen wordt en de gesprekken nooit lijken op te houden.
Een tafel vol vriendschap en liefde.
Al tijden zat de tafel vol vriendschap en liefde als een visioen in mijn hoofd. Afgelopen zaterdag werd de tafel werkelijkheid.
Ik besloot het visioen tot leven te wekken. Voor mijn verjaardag nodigde ik mijn meest dierbare vrienden en mijn ouders uit voor een diner.
13 vrienden nodigde ik er uit, waarvan er maar een niet kon. Twee waren er eigenlijk ziekig, maar kwamen toch.
We zaten aan de mahonie houten art deco tafel die ooit van mijn grootouders was en waar tig dinertjes aan hebben plaatsgevonden. De tafel die voor de gelegenheid groot gemaakt kan worden.
De tafel die gemaakt is voor dit soort dinertjes.
Mijn moeder maakte perziche groene rijst, mijn vader nam wijn mee en ik winkelde me suf aan scharrelkippen, salades, franze kazen, focaccia met rozemarijn en zeezout, prosecco, tapenades, limoen en frambozen schuimtaarten en olijven. Mijn vrienden namen cadeaus en gezelligheid mee.
De hele avond klopte. Mensen die elkaar niet goed kenden, spraken met elkaar en we lachten zo hard dat toen ik 's nachts mijn make-up er wilde afhalen, ik tot de conclusie kwam dat dat niet nodig was.
Het was een heerlijke avond en gisteren viel ik op de grauwe regenachtige zondag dan ook een beetje in een gat. Omdat dat waar ik zo naar toe had geleefd, voorbij was.
Het visioen is nu geen visioen meer, maar een mooie herinnering.
Het is mooi om te weten dat ik het fijnste plekje op aarde zelf kan creëren, op elke willekeurige dag, wanneer ik maar wil, zelfs in mijn eigen woonkamer.

Mijn woonkamer, die er overigens nu heel anders uit ziet, maar op deze foto staat de bewuste tafel gedeeltelijk
Tja
Laten we het positief bekijken. Voor de zesde keer dertig worden, is best bijzonder.
de kip en het ei
Geachte anti Israël demonstranten,Laat ik beginnen met te vertellen dat ik lang heb nagedacht of ik dit logje moest plaatsen. Ik wil het namelijk liever niet over politiek hebben hier op dit web-log. De doorslag dat ik het wel plaats, is de weblog van senator Anja Meulenbelt van de SP. Ik wilde namelijk een comment bij haar plaatsen, maar dat kon niet. Mevrouw Meulenbelt accepteert namelijk alleen maar reacties die haar mening steunen. Ik voelde me niet gehoord en dat frustreerde me nog al. Vandaar deze brief.
Wat ik vooral wil zeggen dat ook ik de oorlog in Gaza veroordeel. Ik vind het geweld afschuwelijk en betreur de onschuldige doden, maar ik vind wel dat de Israëli's het recht hebben zich te verdedigen. Ik weet dat Hamas niet democratisch gekozen is en dat het merendeel van de Palestijnen er dus geen zak aan kan doen dat Hamas maar raketten op Israël bleef afvuren, maar toch. Hamas is de vertegenwoordiging van de Palestijnen. Helaas.
Ik veroordeel het geweld, maar ik veroordeel ook jullie woorden tijdens de anti Israël demonstratie. Jullie hebben recht op je demonstratie. Iedereen heeft recht op zijn of haar mening, maar waarom jullie mij dood willen hebben, is me een raadsel. Ik wil jullie namelijk absoluut niet dood hebben. Al schijnen sommigen van jullie de dood mooier te vinden dan het leven, ik gun jullie een geweldig leven.
Maar goed. De ironie is natuurlijk wel dat die hele staat Israël is ontstaan omdat jullie voorouders al zo de pest aan mijn voorouders hadden. Omdat jullie voorouders mijn voorouders ook al dood wilden. Eeuwenlang werd geprobeerd de joden uit te roeien, vandaar dat ze nou eindelijk wel eens een eigen land wilden, zodat ze zich ook kunnen verdedigen. Zodat ze niet met de anti-semieten samen hoefden te leven. Eigenlijk werd er een eigen ghetto gecreëerd. Bespaarden we jullie de moeite ons daar in te stoppen.
Laten we eerlijk tegen elkaar zijn. De staat Israël bestaat pas sinds 1948, maar voor '48 werden er in het Midden Oosten al duizenden joden vermoord. Om een voorbeeld te geven, de groot mufti van Jeruzalem Haj Amin Al-Hoesseini (overigens de oom van Jasser Arafat) had een innige vriendschap met Hitler, woonde zelfs in Nazi Duitsland en had een deal met zijn goede vriend Adolf gemaakt de joden uit te roeien.
En laten we ook vooral niet vergeten dat toen de staat Israël werd uitgeroepen (waar de Palestijnen overigens de helft van kregen aangeboden, maar dat niet wilden, terwijl het gebied officieel ook niet van hun was), er in Jemen, Marokko, Syrië, en Libië meteen pogroms tegen joden plaatsvonden en ze werden verdreven uit de steden waar ze eeuwen hadden gewoond. Dat ze werden gedwongen naar Israël te emigreren en vaak al hun bezittingen moesten achterlaten.
In 1946 leefden in de Arabische landen circa een miljoen joden. In 2000 waren het er minder dan 10.000. In 2003 vroeg een speciaal hiervoor opgerichte organisatie, Justice for Jews from Arab Countries, aandacht voor deze etnische zuivering. Een rapport meldt dat circa 600.000 joden naar Israël hebben moeten vluchten. De waarde van hun geconfisceerde bezit (land, huizen, winkels, bedrijven, fabrieken) zou rond de 100 miljard dollar bedragen.
'Toch hoort Israël daar niet', zullen jullie roepen. 'Dat land is van de Palestijnen'.
Maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Dat weten jullie ook. Een gedeelte van de Palestijnen woonde inderdaad in Palestina. Maar een groter gedeelte kwam uit Jordanië, Libanon, Syrië, Egypte en Irak. Ze kwamen tussen 1880 en 1947 om economische redenen naar Palestina toe.
Het meest bizarre is eigenlijk nog wel dat toen een de oorspronkelijk Jordaanse en Libanese Palestijnen na 1947 terug wilden naar hun thuislanden, dat niet mocht. Ze werden in vluchtelingenkampen gestopt en streng bewaakt. Velen wonen daar nog steeds. Waarom, vraag ik me dan af.
Natuurlijk trek ik me het lot van de Palestijnen aan. Nogmaals, ik veroordeel de situatie, gun hun ook een land (vooral omdat ze bij hun eigen broeders niet welkom zijn) en het liefst zou ik willen dat iedereen in vrede naast elkaar kan leven. Overal ter wereld trouwens.
Maar deze log heet niet voor niets 'de kip en het ei'. Israël is ontstaan uit, hoe raar het ook klinkt, anti-semitisme. En als ik jullie dan hoor roepen: 'Hamas, Hamas, joden aan het gas', dan weet ik weer precies waarom Israël er is en waarom Israël nodig is.
De kip en het ei.
Iedereen geeft elkaar de schuld en iedereen heeft schuld. Maar zo wordt er nooit wat opgelost.
Ik wil jullie niet haten, maar als jullie roepen dat ik dood moet, wordt dat een beetje moeilijk.
Laten we hier mee stoppen. Alsjeblieft.
Hoogachtend,
Kaat