Linkdump
26-10-2008 Een drieluik: deel II
'Kom je een keer bij ons langs', mailde mijn jeugdliefde een paar maanden geleden na de eindexamenklas reünie. 'Dat zouden we heel leuk vinden'.Nadat ik vorige week had afgesproken met jeugdvriendin J besloot ik dat ik een weerzien met jeugdliefde B dan ook maar niet meer moest uitstellen. En dus mailde ik B om te zeggen dat ik in Arnhem zou zijn en langs wilde komen.
'Dat is prima', mailde B terug. 'Alleen heb ik dit weekend een expositie in de gallerie. Maar kom dan daarheen dan kun je meteen het nieuwe pand zien'.
Zo gezegd zo gedaan. J en ik namen afscheid, ik stapte in de auto en reed naar B's gallerie.
Toen ik voor het enorme monumentale pand stond waar zijn kunsthandel zich huisvest, kreeg ik even een raar gevoel in mijn buik, maar al snel liep ik het trapje op naar boven. B stond al voor de deur. Hij had me zien aankomen. "Kijk nou", zei hij enthousiast. "Als dat het prinsessenkind niet is", waarmee hij refereerde naar de koosnaam die onze leraar Nederlands ooit voor mij verzon. "Mam, hoog bezoek".
"Och wat leuk", begroette zijn moeder me hartelijk. "Wat heb ik jou lang niet gezien".
B hielp me galant uit mijn jas en zorgde dat ik een kop thee kreeg. Aan de ontvangsttafel in de grote hal wisselde ik met zijn moeder de afgelopen vijftien jaar uit.
"Kijk", zei zijn lieve moeder tegen een medewerkster. "Dit is K, zij was bijna mijn schoondochter geworden".
B en ik grinnikten. Tja dat was waar. Ooit dachten we altijd bij elkaar te blijven.
"Ik geef je wel even een rondleiding", zei B. "Loop je mee?"
Ja natuurlijk, knikte ik. En gezapig liep achter hem door de kunsthandel en bekeek de schilderijen.
"Tjonge", zei ik terwijl we voor een zeventiende eeuws prachtstuk stonden. "Ik ben echt heel trots op je. Wat heb je het goed voor mekaar meneer".
Hij liet me een aantal andere schilderijen zien en vertelde net zoals hij vroeger altijd deed, de verhalen bij de schilderijen en over de geschiedenis van de kunstenaars.
"Meneer", zei een man. "Kunt u ons adviseren?"
B keek mij aan.
"Het is goed hoor", zei ik. "Ga maar. Ik loop wel naar je moeder".
Beneden stond zijn moeder al te wachten.
"Ik zit me net te bedenken dat de tijd zo snel gaat", zei ze met een sentimentele blik in haar ogen. "Ik zie jullie nog zo bij mij aan de keukentafel zitten. En nu zijn jullie opeens volwassenen met je eigen levens en je eigen dingen".
Ik knikte en keek naar het zo vertrouwde gezicht dat wel iets ouder was geworden, maar haar charme nog zeker niet verloren had.
"Je bent nog steeds hetzelfde hoor", vervolgde mijn ex-schoonmoeder en even leek het alsof ze mijn gedachten had gelezen. "Iets ouder, maar nog dezelfde energie. Ben je gelukkig?"
Haar vraag overviel me. Even staarde ik in het luchtledige en toen zei ik vastbesloten: "Ja dat ben ik. Al moet ik wel eerlijk zeggen dat ik nooit gedacht had dat mijn leven zo zou lopen als het gelopen is".
"Ik wel", antwoordde ze. "Jullie dachten dat jullie samen zouden eindigen, maar ik ben blij dat het zo niet is gelopen. Niet dat ik je niet als schoondochter had willen hebben, dat wel hoor. Al ben ik natuurlijk hartstikke blij met M. Dat was me om het even geweest".
"Maar waarom ben je dan blij dat het zo is gelopen", vroeg ik verbaasd.
"Omdat jullie te jong waren. Jullie hadden nooit uit het leven gehaald wat er in zat en jullie er nu uit hebben gehaald. Bovendien ben jij te onafhankelijk voor B. En dat bedoel ik niet negatief. Wij lijken op elkaar en ik ben te jong getrouwd, dat had ik voor jou niet gewild".
Ik stond verbaasd en verrast naar haar woorden te luisteren. Wat had ze het bij het rechte eind en wat was ik ooit bang geweest dat zij teleurgesteld in me was geweest. Onterecht bleek nu.
"Wat lief", zei ik geëmotioneerd.
"Jij komt ook je liefde tegen hoor K. Heel snel zelfs denk ik. Je moet er helemaal klaar voor zijn en dat ben je nu. Dat weet ik zeker".
Ze omhelsde me en ik wilde haar bijna niet meer loslaten. Tig gesprekken voerde ik hierover met vrienden en mijn familie, maar voor het eerst hoorde ik de woorden die de anderen me ooit ook wel hadden verteld. Je moet er klaar voor zijn.
"Wees trots op jezelf meisje. Er zijn maar weinig vrouwen die zo op hun eigen benen kunnen staan als jij".
"Ik moet gaan", zei ik terwijl ik op mijn horloge keek. "Ik moet om half drie op de begraafplaats zijn voor mijn opa's steenzetting".
"Dan moet je inderdaad weg", zei B's moeder terwijl ze ook op haar eigen horloge keek. "Kom je snel weer eens langs?"
Ik schudde overtuigd van ja. Het was de tweede keer dat ik het zei op dezelfde dag. En weer meende ik het.
Ik geloof niet in het lot of in voorbestemming. Ik geloof niet in toeval. Ik geloof in mezelf en de mensen om me heen. De mensen die mijn leven kleurden en me maakten tot wie ik ben.
En toen ik een paar uur later bij mijn opa's graf stond, dacht ik terug aan mijn ex-schoonmoeder's woorden en realiseerde ik me nogmaals hoe gelukkig ik eigenlijk ben.
26-10-2008 Een drieluik: deel I
Het waren de tijden van de ballonrok, de legging en de beenwarmers. Van grijs en fuchsiarose. Wij waren pubers en hits als Papa don't preach, Ti sento en More than words kleurden onze puberlevens. Wij konden de hele wereld aan, problemen beperkten zich tot de authoriteit van onze ouders en leraren of tot liefdesverdriet om foute jongens. Relevante problemen bestonden nog niet. Al beseften we dat pas toen we twintigers waren.Vriendjes waren inwisselbaar, zelfs met elkaar, autoriteit was er om tegen aan te schoppen en onze levens bestonden vooral uit het zo veel mogelijk feestjes aflopen.
Vriendschappen waren hecht, net zo hecht als ze nu zijn en J was met stip mijn beste vriendin. Samen waren we een aparte verschijning. Zij een lange blonde Hollandse schone en ik een klein donker halfbloedje. Hoeveel we uiterlijk verschilden, hoe weinig onze karakters en interesses dat deden. Dezelfde koppigheid, vrolijkheid en onbevangenheid en allebei dol op dieren en paardrijden.
Onze vriendschap hield lang stand. Tot ver na onze studententijd waren we vriendinnen. Zij woonde in Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Bunnik en ik in Groningen, Utrecht, Amsterdam, maar we wisten elkaar altijd wel te vinden.
Op een gegeven moment begonnen levens toch uit elkaar te lopen. Zij trouwde met haar jeugdliefde, kreeg twee kinderen en verhuisde naar een grotemensenwoning en ik, tja, ik deed dat niet. We bleven van elkaar op de hoogte, maar ik zocht haar niet meer op. Zij bleef contact zoeken, maar ik hield het contact een beetje af.
Achteraf begrijp ik nog steeds niet goed waarom. Misschien was ik wel bang om onder ogen te komen wat ik niet had en wat ik ooit wel graag zou willen hebben.
Zeker toen J met haar gezin terug naar onze roots ging.
Vorige week realiseerde ik me ineens dat ik haar miste. Ik bekeek foto's op Hyves van J en haar gezin en voelde me schuldig dat ik haar kinderen al een paar jaar niet meer groter had zien worden.
Ik stuurde haar een berichtje en schreef dat ik zondag in de hometown zou zijn en of ik even langs zou komen. J had al vaker gezegd dat ik altijd welkom was en reageerde natuurlijk enthousiast. "Leuk om je weer te zien Ka!"
En dus reed ik vanmorgen naar haar grotemensenhuis in de grotemensenstraat waar ooit nog een van onze jeugdvriendjes woonde.
Alles voelde als thuiskomen. De rit er naar toe, het de auto parkeren voor haar huis en J die in de deuropening stond en me meteen omhelsde.
We dronken koffie en haar kinderen speelden om ons heen. Binnen een minuut pikten we de draad weer op waar ik die had laten liggen.
Het voelde goed. We praatten over vroeger en nu. Ik was blij dat ik was gegaan en dat ik was thuisgekomen. J is een gedeelte van mij en ik van haar. We delen dezelfde wortels.
"Nou niet meer twee jaar op je laten wachten hè Ka", zei ze bij het afscheid.
En dat doe ik ook niet. We delen dezelfde wortels en al groeien we verschillende kanten uit, onze wortels blijven verbonden. En op een gegeven moment groeien onze takken vanzelf weer naar elkaar toe.
Op de radio
spreekt een vegetarische mevrouw over het gebruik van onder andere dierlijke vetten in etenswaren en dranken. En over het feit dat de consument zich daar eigenlijk helemaal niet van bewust is."In wijn bijvoorbeeld", zegt ze. "In sommige wijnen zitten bestanddelen van de varken. Dat weten de meeste mensen echt niet".
"Oh ja", antwoordt de verslaggever verbaasd. "Is dat zo?"
"Ja dat is zo", zegt de mevrouw met een voldane en vastberaden toon in haar stem.
"Dus moslims zouden eigenlijk helemaal geen wijn mogen drinken", concludeert de verslaggever daarna.
Het kostte me best wat moeite om heel hard lachen en autorijden te combineren. Voortaan luister ik niet meer naar Radio 1 in de auto. Levensgevaarlijk.
Homo Haider en de holocaust
"Jörg Haider spendeerde de laatste uren van zijn leven in een homobar", las ik mijn collega's voor van Internet."Kijk, dat is nog nieuws waar ik om moet lachen op de woensdagmorgen. Want dat mag natuurlijk niet als ariër, een dubbelleven als homo leiden. Foei stoute Haider".
"Nee", lachten mijn collega's mee. "Homo's werden toch ook vervolgd. Dat zijn toch ook minderheden".
"Even verder kijken of ik er nog wat interessants over kan vinden", zei ik. En ik googlede om de woorden 'Haider' en 'homo'.
"En", vroeg een van mijn collega's. Nog smeuiïge roddels over Haider?"
"Nou", zei ik terwijl ik naar mijn scherm staarde. De derde google optie is heel interessant. Maar ik wil er niet op clicken want het is naar de site Stormfront".
"Gewoon doen. Interessant wat zij hierover te melden hebben", zei J terwijl hij achter me kwam staan om mee te lezen.
En dus clickte ik door. Naar de neo-Nazisite. En dat was inderdaad, tja, hoe zal ik het noemen, boeiend?
Want, vertelde de gemiddelde Stormfronter ons, Haider was helemaal geen homo. Zo hadden de media hem afgeschilderd na zijn dood om hem in een negatief daglicht te stellen. Net zoals ze bij Pim Fortuyn hadden gedaan.
"Haha", lachte J vanachter mijn schouder. "Pim Fortuyn geen homo. Alsof hij daar een geheim van maakte!"
"En alsof die hondjes dat niet verklapten", vulde B aan.
J en ik lazen door.
"Hihi", grinnikte ik. "Wisten jullie dat Haider vermoord is door de Mossad?"
"Echt", riepen mijn collega's van rechts. "Als ik het niet dacht. Het is altijd weer de schuld van de joden".
"Ja precies", zei ik. "Dat staat hier ook". En ik rolde met mijn ogen.
"Haider reed stomdronken veel te hard over een weggetje en dat hebben de joden gedaan. Als ik het niet dacht".
"Het valt namelijk behoorlijk op", las collega J voor, "dat de vijanden van de staat Israël doorgaans een onnatuurlijke dood sterven".
"Tja, Pim Fortuyn is als vriend van Israël een behoorlijk natuurlijke dood gestorven. Een kogel door je hoofd is nog al natuurlijk".
"En..", vulde ik aan. "De joden vermoorden alle bronnen. Dus pas maar op".
Uiteindelijk stond er nog een heel verhaal over hoe dit allemaal te verklaren was en dat de holocaust natuurlijk helemaal niet had plaatsgevonden. En dat allemaal verklaard uit de moord op Haider. Ook stond er nog iets over president Roosefelt en de VS, maar die president heb ik geloof ik een beetje gemist.
We zijn maar gestopt met lezen. Want het was te lachwekkend en er moest ten slotte ook nog gewerkt worden.
Gelukkig weet ik dat ik me om dit soort types geen zorgen hoef te maken. Eencellige bacteriën hebben nou eenmaal geen hersenen en zijn dus niet echt gevaarlijk. Behalve als ze met heel veel zijn. Dan kun je behoorlijk ziek van ze worden.
Ajax - FC Groningen
Afgelopen zaterdag had ik een 'date'. En niet zo maar een date. Ik werd mee naar voetbal gevraagd. Ajax - FC Groningen speelden in de Arena.Dat vond ik wel een origineel plan.
Eerst zouden we een snelle hap eten, dan naar de wedstrijd en daarna wellicht nog wat drankjes drinken.
En dus stond ik zaterdag voor mijn kledingkast. Hoewel ik de date al een hele poos ken en hij mij zelfs al make-uploos heeft gezien tijdens een weekend weg met vrienden, wilde ik er natuurlijk wel een beetje leuk uitzien. Overigens wil ik er altijd leuk uitzien. Maar dat terzijde.
Het complete avondprogramma maakte het bij elkaar zoeken van de outfit alleen wat gecompliceerd. Ik ben wel vaker naar voetbal geweest en ik wist dan ook dat het best koud kan zijn in het stadion. In een kroeg is het dan weer heel warm, dus er moest een tussenoplossing komen. Topjes en/of t-shirts zouden niet handig zijn. Een leuk truitje daarentegen wel.
Na een minuut of tien piekeren was ik er uit. Ik zou mijn hardgroene v-hals truitje aan doen en daaronder een wit shirtje. Dan kon ik het truitje later uitdoen en in de kroeg gewoon mijn witte shirtje dragen. Een spijkerbroek en mijn customized Nikes maakten de boel af.
Om half zeven was ik klaar om weg te gaan. En toen kreeg ik een visioen van mezelf in het Ajax vak met mijn groen witte outfit. Dat leek me niet zo handig. En wel hierom niet: klik.
En dus kleedde ik mezelf snel om en was er geen tijd meer om te piekeren over outfits en toestanden. Ik koos voor donkerblauw en wit. Lekker veilig.
Achteraf een verstandige keus. Vooral toen ik in het vak alleen maar mensen in rood witte shirts, shawls en vlaggetjes zag.
Soms ben ik best blij dat ik heus wel iets van voetbal afweet.
lievelingstante K
"Heb ik iets van je aan of zo", vroeg de jongen met zwart haar en een eveneens zwarte Rottweiler die ik voorbij fietste."Sukkel", riep ik terwijl ik heel hard doorfietste terug.
"Trut", hoorde ik achter me toen ik al voorbij was.
Een week later fietste ik na de zomervakantie voor het eerst naar school.
Mijn school lag op een hoge heuvel en terwijl ik puffend naar boven fietste omdat mijn benen dat na de zomer niet meer gewend waren, zag ik een jongen met zwart haar met een fiets aan de hand de heuvel oplopen. Ik keek naar zijn achterband en zag dat die lek was.
"Heb je een lekke band", vroeg ik aan de jongen. Hij draaide zich om en ik keek recht in de blauwe ogen van de jongen die ik een week daarvoor voor sukkel had uitscholden.
"Oh ben jij het", zei hij vijandig. "Ja, ik heb een lekke band".
"Als je sorry zegt, mag je m'n pomp wel even lenen".
"Jij begon", zei hij.
En dat was het begin van een meer dan twintig jaar durende vriendschap. Een vriendschap die begon als kalverliefde, maar later een van de meest hechte vriendschappen zou worden die ik ooit gekend heb.
We woonden bij elkaar om de hoek en waren dagelijks bij mij of bij hem thuis. Zijn ouders kenden mij door en door en mijn ouders hem ook. Zijn broertje M noemde ik mijn kleine broertje. Samen gingen we op vakantie, samen studeren in Groningen, samen verhuizen, samen deelden we geluk en ongeluk.
Ooit beloofden we elkaar dat als we op ons dertigste nog alleen zouden zijn, we zouden trouwen. Gelukkig is dat er niet van gekomen, want voor de deadline ontmoette L zijn K. De eerste vrouw in zijn leven die ik ook leuk vond. Omdat zij mij ook leuk vond en ze me accepteerde. Ik sloot haar in mijn hart en zij mij.
Inmiddels noemt zij mij ook familie, nodigt ze me uit als L in het buitenland zit en inmiddels hebben L en K samen twee prachtige dochters die mij tante K noemen.
Vorige week zondag kwamen ze bij me eten. M, L's broertje, kwam ook mee.
En zo at ik met mijn familie aan mijn gedekte tafel. Verhalen van vroeger en nu wisselden elkaar af. Opeens zei P van bijna drie: "Tante K".
"Ja P", antwoorde ik.
"Mama zegt altijd dat als zij niet met papa was getrouwd dat papa met jou was getrouwd".
Een paar tellen waren we allemaal stil en toen begonnen we te lachen.
"Tja", zei M dat zijn echt onderwerpen die we nu graag willen bespreken P".
Maar P liet zich niet het veld uit slaan. "Dat is toch zo mama", zei ze terwijl haar mooie bruine ogen vragend keken.
"Ja dat is zo", antwoordde K lachend.
Wij dachten dat daarmee de kous af zou zijn, maar kleine P wilde meer informatie.
"Maar", vervolgde ze terwijl ze mij strak aankeek. "Was jij dan ook mijn mama geweest?"
De volwassenen proestten het nu uit van het lachen.
P vond het alleen helemaal niet grappig. Ze wilde een antwoord. "Nou", riep ze.
"Nee dat niet", zei ik.
"Oh jammer", antwoordde P min of meer teleurgesteld. "Ik vind het altijd zo gezellig met jou".
"Maar K is nu toch je tante", opperde L.
"Ja dat is zo. K is mijn lievelingstante".
"Dat vind ik heel leuk om te horen P", zei ik ontroerd.
"Ik ook. En mag ik dan ook een keer mee paardrijden bij opa en oma", vervolgde ze.
Ik heb zelf geen kinderen. Maar de kinderen van vrienden willen gelukkig wel leuke dingen met me ondernemen. En gelukkig hebben K en L beiden geen zussen. Anders had ik me toch wel een beetje bezwaard gevoeld.
Lieve opa,
Vanavond is het Kol Nidree en het is de eerste keer dat jij er niet bij bent.Jarenlang zat ik naast jou in de synagoge op de startavond van Grote Verzoendag. Dit jaar ben jij er niet in sjoel, maar ik ook niet.
Ik heb morgen iets belangrijks van werk en heb besloten pas morgenmiddag naar papa, mama, S en oma toe te gaan.
Papa zei dat het goed was, maar toch voel ik me er een beetje schuldig over. Vooral omdat jij er niet meer fysiek bij bent. Jij hield de tradities altijd goed in stand en vastte tot twee jaar geleden zelfs nog mee. Omdat je altijd vond dat Jom Kippoer de belangrijkste dag van het jaar was en omdat je je verplicht voelde naar jouw familie toe. Jouw familie die vermoord werd en wiens namen morgenavond tijdens het Kaddish, het dodengebed genoemd zullen worden. Vanavond en morgenavond zullen anders zijn. Want vanavond zal jij niet meer meeneuriën met het Kol Nidree en morgenavond zal ook jouw naam genoemd worden.
En daar zie ik immens tegenop. Want hoewel ik al lang 'afscheid' van je heb genomen, deze maand oktober lijkt jouw niet meer zijn, steeds definitiever te worden.
Geen Grote Verzoendag meer met jou, geen 67e trouwdag die gevierd gaat worden de 16e, ik moet naar de notaris om jouw testament te tekenen en de 26e oktober krijgt jouw graf een steen. Dat graf waar ik sinds die witte winterdag in december vorig jaar niet meer geweest ben, omdat ik het te triest vond om naar een hoopje zand te moeten kijken. Daar wil ik jou niet mee associëren.
Gelukkig ben je er nog wel. In de kleine dagelijkse dingen dien je je elke dag wel even aan. Als ik een lief oud mannetje zie met een hoed op, of ik hoor iemand 'duuzend' zeggen in plaats van 'duizend'. Als ik je humor herken of heel hard moet lachen met vrienden of collega's. Wanneer ik heel lekker eet en geniet van goed gezelschap. Als ik geniet van mijn leven, iets dat jij ook altijd hebt gedaan. Ik hoor het je nog zo zeggen: "Oma en ik hebben de hel van heel dichtbij gezien, maar we bleven geloven in het goede, we bleven leven en we leerden er weer van te genieten".
Genieten was jouw levensmotto. Je was er een koning in. Je zag het slechtse in de mens, maar bleef van mensen houden. Zelfs van de mensen die je niet kende.
In de negen dagen na Rosh Hashana, het joodse nieuwjaar, denken we aan wat we verkeerd hebben gedaan en hoe we het volgende jaar een beter mens zullen zijn. Niet naar anderen toe, maar naar onszelf en God.
Ik geloof niet in God en ik weet niet zeker of jij dat nog wel ooit gedaan hebt. Ik geloof in het goede in mezelf en de liefde die ik in me heb en kan geven. Ik heb heel veel liefde te geven, want ik heb ontzettend veel liefde gekregen. Een groot deel van die gekregen liefde, ontving ik van jou. En nog steeds. Want ik weet dat je er nog bent en dat je mee kijkt. Ik hoop dat je trots op me bent. Het afgelopen jaar is niet altijd makkelijk geweest, maar in die rottige tijden heb ik altijd aan jou en jouw woorden gedacht en dan wist ik dat het altijd wel weer goed zou komen. Genieten is niet altijd makkelijk, maar ik slaag er toch dagelijks in. Ik kan me geen dag heugen, dat ik niet heb gelachen.
Lieve opa,
morgen wordt jouw naam voor het eerst uitgesproken tussen de namen van onze familieleden die er niet meer zijn.
Deze maand zet ik mijn handtekening onder een document en bevestig daarmee jouw niet meer zijn.
Deze maand zouden oma en jij 67 jaar getrouwd zijn.
Deze maand zal jouw graf een steen krijgen.
Jij bent er niet meer. Maar je bent er nog elke dag.
Ik mis je maar ook weer niet. Het ergste aan dat jij er niet meer bent, vind ik dat ik je niet meer kan delen met de mensen waaraan ik jou zo graag had willen voorstellen.
Dit is de eerste Jom Kippoer zonder jou en er zullen er nog velen volgen. Gelukkig bewaar ik warme herinneringen aan jouw zijn en zal ik nooit vergeten hoe je me die laatste uren door de vastendag heensleepte. Jouw arm op mijn schouders, jouw kneepje in mijn wang, jouw armen om me heen en jouw zegeningen voor het nieuwe jaar.
Vanavond ben ik er niet bij, maar morgen zal ik er zijn en jou en je familie herinneren tijdens het dodengebed. Omdat ik dat aan jou verplicht ben.
Lieve opa ik wens jou waar je ook bent een heel gelukkig nieuwjaar. Eigenlijk wens ik dat mezelf dus ook, want jij leeft door in mij. Ik beloof je dat ik van het nieuwe jaar zal genieten en er een nog beter jaar van zal maken dan dit jaar was.
Ik blijf geloven in het goede, ik blijf leven en ik blijf genieten. Altijd. Voor jou en door jou. Shana Tova.