Linkdump
De afgelopen, huidige en komende week in vogelvlucht
Ik was ziek vorige week. Polle had mij virtueel besmet tijdens een van de bijeenkomsten in ons google groupje van het NLC. Vervolgens werden Zezunja en Luna ook ziekig en staat alleen Esther nog overeind.Afgelopen weekend heb ik mijn nieuwe schoonfamilie ontmoet. Ter ere van die gelegenheid besloten Mr. X en ik een paar dagen in zijn huis te bivakkeren. Dit was ook nog de eerste keer dat ik en de poezen daar ging logeren. Want die gingen vanzelfsprekend mee. Mr. Bojangles vond het best gezellig en spannend allemaal. Bada Bing niet. Hij heeft bijna twee dagen onder het bed gezeten. Uiteindelijk kwam hij tevoorschijn en begon hij het nieuwe huis ook wel leuk te vinden. Dat was net op tijd want we zouden al bijna weer teruggaan. En dus hebben we er nog maar een weekje aan vast geplakt. Zodat hij zo geacclimatiseerd raakt dat hij volgende week in zijn eigen huis waarschijnlijk twee dagen onder de bank gaat zitten.
Ik ben zaken aan het doen met Griekenland. Althans, ik ben me aan het oriënteren in Griekenland.
Dit tot grote hilariteit van mijn collega’s. Ik ben namelijk niet goed in het uitspreken van namen zoals Zafiris Tsimourtos, Roumpini Moshogianni, Thimios Avgoustiniatos of Stavroula Konstantinidou en vaak moet ik dan zo’n naam ook nog herhalen voor de receptionistes, die geen Engels spreken, als ik bovenstaande personen aan de telefoon vraag. Heel fijn die lachsalvo’s die daarop volgen. Misschien kun je je er iets bij voorstellen.
Mr. X en ik gaan tweede kerstdag naar Thailand en blijven drie weken weg. Ik denk niet dat ik hier iets aan toe hoef te voegen.
In februari gaan we ook nog op wintersport. Ik denk niet dat ik hier iets aan toe hoef te voegen.
Aankomend weekend ga ik mee naar Groningen om de rest van de nieuwe schoonfamilie te ontmoeten.
Maar zondag zijn we weer terug omdat we Sinterklaas gaan vieren met mijn vriendinnen Y, Luna, partner P, vriend F en vriend S. Dit gaan we doen in de vorm van het Sinterklaasdobbelspel. Ik heb er heel veel zin in.
Volgende week woensdag is het Sinterklaasavond en de eerste avond Chanoeka. Mijn familie heeft besloten de feestdagen te mixen en daarom vieren wij woensdag Chanoeklaas. Hopelijk lukt het opa en oma er bij te zijn.
Ik ben de laatste dagen verslaafd aan het liedje ‘Blijf (tot de zon je komt halen)’ van Paul de Leeuw. Sorry, daar kan ik ook niks aan doen. Het hoort gewoon helemaal bij mijn gemoedstoestand van de afgelopen tijd. Want alles gaat goed, ik ben gelukkig en al drie maanden verliefd.
Ik denk niet dat ik hier iets aan toe hoef te voegen.
Als ik 's ochtends wakker word
Als ik ‘s ochtends wakker wordEn jij nog wat verkreukeld naast me ligt
Dat is eigenlijk het mooiste gedeelte van de dag
Omdat die goed begonnen is
Als jij voelt dat ik naar je kijk
En je ogen opent en me toelacht
Dat is zo’n fijn gevoel
Omdat ik weet dat ik jou ook gelukkig maak
Als we ‘goedemorgen allerliefste’ tegen elkaar zeggen
En jij mij nog even naar je toetrekt
Dat ik nog wat wegdommel in jouw armen
Omdat die armen de veiligste plek op aarde zijn
Als we moeten opstaan
En ik dat moment probeer uit te stellen
Dat me het uiteindelijk alleen maar lukt
Omdat ik weet dat ik morgen weer naast je wakker word
Over tatoeages en papa's kindje
Toen mijn Mr. X voor het eerst zijn shirt voor me uittrok, was het eerste wat ik zei: “Oh jee, mijn vader”.Niet dat hij me zo verschrikkelijk aan mijn vader deed denken, nee dat was het juist niet. Hij had tattoo’s en ik – ja ik geef het toe – ben een verschrikkelijk papa’s kindje. En als papa ergens een hekel aan heeft, zijn het tatoeages. En dus maakte ik me zorgen. Zorgen om de toekomstige relatie tussen Mr. X en mijn papa, alhoewel dat natuurlijk nergens op sloeg. Alsof Mr. X meteen in ontbloot bovenlijf bij mijn ouders zou rondlopen. Nee, dan was vriendin J’s zorg toen ze van haar nieuwe liefde hoorde dat hij vegetarisch was en zij meteen riep: “Oh jee, hoe moet dat dan met kerst bij mijn ouders”, een reëlere zorg. (Dit vermeld ik overigens alleen om te laten zien, dat ik hier niet alleen in sta. Er zijn meer mensen zoals ik; nog steeds bang voor hun ouders.)
Bovendien bleek mijn vader over voorspellende gaves te bezitten. Want toen ik hem de eerste foto van X liet zien, vroeg hij meteen: “Heeft hij tattoo’s?”
“Hoezo”, vroeg ik geschrokken.
“Hij lijkt me het type voor een tatoeage”, was mijn vaders heldere constatering. Ontkennen had geen zin meer. Mijn gezicht had het al verraden. Gelukkig viel mijn vader’s hekel aan tattoo’s wel mee toen hij X ontmoette. Zolang ik er niet aan zou beginnen vond hij het allemaal wel best.
Maar gisteravond tijdens een gezellige avond met vriendinnen Swampy en Luna, vriend S, vriend F en Mr. X, werd ik toch enthousiast om er een te gaan nemen. Mijn vriendinnen opperden het plan met z’n drieën een tatoeage te laten zetten en daar werd ik wel blij van. Dat er flink wat alcohol doorheen was gegaan, zal mijn enthousiasme wel iets beďnvloedt hebben, maar toch. Ik werd er blij en enthousiast van.
Samen met mijn goede vriendinnen een tattoo laten zetten, dat zou onze vriendschapsband nog meer versterken. Daar kwam nog eens bij dat mijn liefde het vast ook heel leuk zou vinden. Dus eigenlijk was het ook een soort van cadeau voor hem. Twee vliegen in een klap. Al zag ik hem wel wat bedenkelijk kijken aan het einde van de tafel.
Na nog een paar glazen wijn, waren we er helemaal uit. Wat het ging worden en wanneer we het zouden gaan zetten. Volgende week zou het al zo ver zijn. Aanstaande zaterdag zouden we gaan.
Op de fiets naar huis vroeg X: “Wil je echt een tatoeage?”
“Ja natuurlijk”, knikte ik enthousiast.
Hoewel het woord peer pressure die avond al een paar keer gevallen was, hoorde je mij dat niet zeggen. Ik ben dol op het volgen van vrienden en vriendinnen. Waarom denk je dat ik ooit bij een studentenvereniging heb gezeten? Het woord individu is aan mij niet besteed.
“Echt”, vroeg hij nogmaals.
“Wat zie jij er bezorgd uit”, zei ik toen ik mijn lief’s bezorgde blik opving.
“Ja”, antwoordde X vastberaden. “Ik wil eigenlijk helemaal niet dat jij een tatoeage neemt. Ik vind je mooi zoals je bent en het hoort niet bij jou”.
“Echt niet”, vroeg ik vertederd.
“Nee, echt niet”.
“Nou dan doe ik het niet”. Zo ben ik dan ook wel weer. Beďnvloedbaar en volgzaam naar mijn geliefde toe. En zo verdween het enthousiasme over de tattoo als sneeuw voor de zon en mailde ik vanmorgen dat het niet mocht van m’n vriendje en dat ik het toch maar niet ging doen.
Maar nu ik er langer over nadenk, herinner ik me ook vriend S woorden in het restaurant: “Oh oh”, zei hij tegen X. “Als K een tattoo gaat nemen dan krijg jij zeker de schuld. Dan kan ze hoog en laag springen en roepen dat het door haar vriendinnen kwam, maar dat gaat papa Kaat niet geloven”.
Dus het zou best kunnen dat X met deze waarschuwende woorden in zijn achterhoofd besloten heeft, mij van die tatoeage te weerhouden.
Want niet alleen ik ben een papa’s kindje. Mijn vrienden zijn dat inmiddels ook. Mijn vader is charmant en charismatisch, maar ook berucht en dominant. Geen wonder dat ik zo’n beďnvloedbaar meisje ben geworden.
En eigenlijk ben ik dolblij dat ik vanmorgen toch heel anders over die tatoeage dacht dan gisteravond. Want ik was als de dood geweest dat mijn vader er ooit achter was gekomen.
Een papa’s kindje zijn, dat gaat nooit meer over, dat blijft net zoals een tatoeage de rest van je leven.
Spinvis' grootste fan
De situatieschets:een optreden van Spinvis in de Kleine Komedie (onthoud die locatie, die is relevant voor de rest van het verhaal)
Goed, Mr. X en ik gingen dus naar Spinvis. Ik ben dol op Spinvis. Al zijn cd’s heb ik en de teksten van zijn liedjes kan ik zo meezingen. Alleen dat doe ik niet. Tenminste… niet in het openbaar.
De vrouw die naast mij in de Kleine Komedie zat, deed dat wel. Maar zij was dan ook Spinvis’ grootste fan. In het begin vond ik het nog wel lollig, maar na een liedje of drie begon ik me toch ietwat te ergeren. Vooral omdat ze enorm vals zong.
‘Pfff, dat heb ik weer’, dacht ik. ‘Zit ik naast zo’n overenthousiasteling’.
Ik probeerde mezelf te kalmeren en zocht ergens ver in mijn geheugen naar de materie uit Don't Sweat the Small Stuff. Wat had ik ook al weer geleerd van dat boek? In mijn hoofd somde ik op dat het toch fijn was dat mijn buurvrouw zo veel plezier had en zo van het concert kon genieten. 'Haar plezier is mijn plezier', dacht ik bijna hardop en dat werkte zo waar een beetje.
Totdat mijn buurvrouw de Superfan mee begon te stampen en klappen. Nou moet u weten, dat de Superfan nog al een forse struise dame was. En dat ik nog al klein en iniemini ben. En dat ik dus het gevoel had dat ik bij elke stamp en klap en beetje uit mijn stoel gelanceerd werd en dat dat gevoel ook klopte. Ik ging gewoon op een neer.
Voor de check – check – dubbelcheck bekeek ik haar uit mijn ooghoek om te controleren of ze niet zwakzinnig was. Want was ze dat geweest dan had ik om begrijpelijke reden nog wel wat begrip voor haar kunnen opbrengen. Maar ze was niet zwakzinnig of geestelijk gehandicapt. Ze was gewoon een onverenthousiasteling en Spinvis’ grootste fan.
Ik begon me aan alles van haar te ergeren. Dat ze om bepaalde teksten in lachen uitbarstte terwijl ze als grootste fan zijnde, die teksten al wel een beetje uit haar hoofd zou moeten kennen en dus had moeten weten wat er ongeveer zou komen. Toen ze met Spinvis meegilde dat ze niet gek was, maar dat ze slechts een nagemaakte gek was, wilde ik bijna heel hard 'ja, ja'' zeggen.
Elke keer als Spinvis wat zei, schoof ze naar het puntje van haar stoel en leek ze haast te gaan kwijlen. Het was dat we op rij zeven zaten anders was ze letterlijk en figuurlijk aan zijn lippen gaan hangen.
Ze leek verliefd op Spinvis en ik begon me af te vragen of de man met wie ze was ook haar partner was. Want als hij haar partner was, dan had ik medelijden met hem. Dat je vrouw of vriendin een andere man zo totaal adoreert dat moet geen fijn gevoel geven.
Toen Spinvis klaar was met zijn optreden stond ze, je kon het al wel een beetje raden, als eerste voor haar stoel om hem een staande ovatie te geven. Het leek wel een vuurpijl die uit haar stoel werd geschoten. Ze joelde om een toegift en klapte zo hard in haar handen dat ze er vandaag zeker blaren van moet hebben, van dat geklap. Maar door haar had ik eigenlijk geen zin meer in een toegift. Ik kon haar geen minuut langer verdragen.
Toch kregen we er een. Ik greep mijn armsteunen vast om door haar gestamp en gelanceer niet op het balkon van de eerste verdieping terecht te komen.
Bij het allerlaatste nummer twijfelde ik of ze nu hysterisch stond te huilen. Het kon ook lachen zijn, maar dat het hysterisch was dat stond vast.
In de tram naar huis vroeg mijn liefste: “Het was leuk hč?”
Ik knikte.
“Het duurde me alleen ietwat te lang”.
“Nou anders mij wel".
Tegen sommige nagemaakte gekken is geen zelfhulpboek bestand.