'Liefde is een heleboel vriendschap plus nog iets. Vriendschap is een heleboel vriendschap.'
Ischa Meijer
Ischa Meijer

'Alles wat ik schrijf is waar, maar daarom geloof ik het nog niet.'
Karel Jonckheere
Karel Jonckheere

'Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.'
Mark King
Mark King

'Men kan beter een drank delen die eenzaamheid heet dan alleen drinken.'
Billy Joel
Billy Joel

'Zich eigenschappen aanmeten en daarover opscheppen is in wezen vrijwillig bekennen dat je ze niet hebt.'
A. Schopenhauer
A. Schopenhauer

'Je leeft maar heel kort,
maar een enkele keer
En als je straks anders wilt,
kun je niet meer
Mens durf te leven'
Ramses Shaffy
maar een enkele keer
En als je straks anders wilt,
kun je niet meer
Mens durf te leven'
Ramses Shaffy

'Follow the three R's: Respect for yourself, Respect for others and Responsibility for all your actions.'
Dalai Lama
Dalai Lama

'Gekken vindt men overal, zelfs in gestichten.'
George Bernard Shaw (1856-1950)
George Bernard Shaw (1856-1950)

'Als je eenmaal zelf bevrijd bent, bevrijd dan ook anderen. Als je eenmaal op de andere oever bent aangekomen, help dan ook anderen die te bereiken.'
Boeddha
Boeddha

"Gevoel voor humor begint bij gevoel voor verdriet."
Toon Hermans
Toon Hermans

de f*ck Bea-dag (emoblogalert)
Het begon als een grapje op twitter. @Zaligzoet alias de koekenbakster alias N tweette een foto van een door haar gemaakte taart, een van de mooiste taarten die ik ooit gezien heb."Ooh, alleen al om jouw taart wil ik wel een keer trouwen", repliede ik.
"Ik ook", reageerde Nienke, en zo was het plan geboren.
Een twitterhuwelijk. Met alleen maar meisjes in jurkjes in het Vondelpark met een kunstwerk alias taart van N en roze bubbels natuurlijk. Veel roze bubbels. Hét twitterevent van het jaar: Dé girlietwedding.
Er werd vergaderd en het plan kreeg vorm. Uitnodigingen werden verstuurd, dresscodes en routebeschrijving volgden en wij van het trouwteam hadden elke keer weer een excuus om een etentje te plannen met roze bubbels en happen. Zo gingen we in ondertrouw, gingen we naar een maiden party en vandeweek volgde zelfs het rehearsal dinner.
Vandaag was het zo ver. Mijn witte jurk hing klaar, de nagels gelakt en gisteren bleef ik na het voetbal braaf thuis om vroeg onder de wol te gaan.
Het liep anders.
Een van de andere bruidjes werd namelijk gisteren aangereden. En wat in eerste instantie een onschuldig ongelukje leek, bleek toch wat ernstigere gevolgen te hebben dan in eerste instantie door het slachtoffer en ons werd gedacht.
Dat ze even foto's ging maken in het ziekenhuis was slechts voorzichtigheid. Dat het op de foto's mis bleek te zijn en R in het ziekenhuis moest blijven had niemand verwacht.
Iedereen was het meteen eens met elkaar. De girlietwedding kon zonder R niet doorgaan. Via twitter lieten we onze gasten weten dat het feestje niet doorging en ondertussen mailden, belden en sms'ten we zelf heel wat af.
Vanmiddag zat ik met 5 mensen die ik vorig jaar nog niet kende aan het ziekenhuisbed van R. Mensen die me in een hele korte tijd heel dierbaar zijn geworden, met wie ik elke dag communiceer, met wie ik elke dag praat, bel, sms of mail en die ik elke week wel een keer zie.
We dronken bubbels en ondanks dat het decors natuurlijk veel minder leuk was dan het Vondelpark en R nu met een brace om haar nek in een oranje jurkje in het ziekenhuisbed lag in plaats van te stralen op ons twitterhuwelijk, was de sfeer er niet minder om. Ik heb zelden zo gelachen als vandaag.
De dag kreeg een totaal andere wending, maar werd desondanks memorabel. Alleen al omdat ik me vandaag besefte hoeveel ik ben gaan houden van mensen die ik online ontmoet heb.
Ik noem het een echte f*ck Bea-dag. Misschien wordt het tijd dat ze zelf ook eens een twitter-account opent of gaat bloggen. Dat gun ik haar van harte.
Prémature Insomnia
Voor m'n gevoel lig ik al uren in bed. Het is warm. Buiten hoor ik mijn ouders in de tuin praten. Ze lachen. Waarom lachen ze?God wat is het warm. Zou het helpen als ik m'n deken omdraai? Laat ik het eens proberen.
Ja dat geeft wel iets verkoeling. Nu echt proberen te slapen.
Wat zei mama nou? En hoor ik de buurvrouw?
Het is ook nog zo licht buiten. Mijn gordijnen werken niet. Het omdraaien van de deken heeft ook geen nut. De koelte is al uitgewerkt.
Nog maar een keer omdraaien? Nee laat maar.
Hoe laat zou het zijn? Zal ik nog even lezen? Mama komt toch pas kijken als ze zelf naar bed gaat.
Ik hoor inderdaad de buren. Zitten ze bij papa en mama in de tuin of praten ze over de heg?
Buurmeisje K hoor ik ook. Moet zij nog niet naar bed?
Ik heb zo'n dorst. Zal ik naar de wc gaan en dan water gaan drinken?
Weet je wat? Ik doe het gewoon.
Zal ik dan maar meteen even kijken of de buren bij ons zijn? Als ik op de bovenste treden van de trap blijf, kan ik het net zien, maar papa en mama mij niet.
Okay, dat lukt niet. Dan nog maar een tree naar beneden. En nog een.
"Kaatje! Ben jij dat? Wat doe jij nog wakker", roept mama.
"Ik kan niet slapen", zucht ik. "En ik heb dorst. Mag ik er nog heel even bij komen zitten?"
In mijn herinnering kon ik nooit slapen in de zomer. Ik weet nog precies hoe het licht door de gordijnen scheen, ik weet nog hoe het rook, hoe broeierig het soms was en hoe de stemmen van mijn ouders en de buren klonken. Hoe ik draaide. Hoe ik schaapjes telde en hoe ik uiteindelijk na voor m'n gevoel uren wakker te hebben gelegen toch maar even naar beneden ging.
Later zou blijken dat ik een avondmens en een zomermens ben. Een waardeloze combinatie op slaaptechnisch gebied.
Een Ode aan mijn Sportschoenen

Een jaar geleden had ik niet kunnen verwachten dat ik ooit van ze zou gaan houden.* klik *
Mijn sportschoenen. Mijn wit met roze lelijke schoenen. Mijn snoezelige schoenen met wie ik honderden kilometers heb gelopen, en die nooit opgaven, zelfs als ik er helemaal doorheen zat.
Mijn sporty spices die van mij in het kader van de wonderen zijn de wereld nog niet uit een echte sportieveling hebben gemaakt.
Iemand zei vandaag tegen me dat ze wellicht niet goed (meer) voor me zijn.
Maar dat zijn ze wel. Heusch wel.
En gelukkig gooi ik, net zoals sommige mannen, nooit mijn oude schoenen weg voordat ik nieuwe heb.
de lange strapless kleurige high fashionable jurk
Omdat ik binnenkort een leuk feestje heb, moest ik een nieuwe jurk. Overigens heb ik geen leuk feestje als reden nodig om een nieuwe jurk te kopen. Dat is slechts een goed excuus.Anyways, ik ging een jurk kopen. Nou ben ik de afgelopen maanden behoorlijk gezond gaan leven. Ik heb al 4 maanden geen sigaret meer aangeraakt, loop 3 keer per week hard, doe aan Yoga, Pilates en de Wii Fit en ben al een paar keer gaan bootcampen.
Er is inmiddels een paar kilo minder Kaat en mijn teint is veel stralender en ik zit dus gewoon overall veel beter in m'n vel. Letterlijk én figuurlijk.
Dus wellicht dat ik wat overmoedig werd.
Wellicht dat ik in mijn hoofd van mezelf een lange slanke den had gemaakt.
En ik in de winkel ook zo'n lange strapless kleurige high fashionable jurk van het rek haalde. Omdat hij op de paspop met de perfecte maten zo leuk stond.
Ik had het ook gewoon niet moeten doen. Ik had gewoon in de paskamer moeten blijven. Ik wist allang dat de jurk een no go was. Er hadden namelijk twee Kaats in de jurk gepast. In de lengte dan. Er was nog zeker een halve meter stof over aan de onderkant en zelfs mijn 12 centimeter hoge hakken zouden dit probleem niet kunnen oplossen. Maar ik deed het toch. Omdat ik mezelf voorloog dat de kleermaker er misschien nog wel wat van kon maken.
"Oooooh enig", zei de verkoopster terwijl ik struikelend over het stofoverschot de paskamer uitviel.
Ik gaf haar een besmuikt glimlachje en bekeek mezelf.
Spontaan kreeg ik de slappe lach. Ik leek wel een fluoriserende gloeiworm met een zeemeerminstaart die als een sleep naast me op de grond gedrapeerd was.
"Echt mooi hoor", voegde de verkoopster er nog aan toe terwijl ze een plooi rechttrok. "Er moet wel een stukje vanaf aan de onderkant, maar dat kan elke kleermaker. Wat denk jezelf?"
"Hmmm. Wat ik zelf denk", zei ik terwijl ik nog nagniffelde. "Ik denk dat jij heel goed kan jokken".

Sara Cohen
De moeder van Sara, Carolina was zwanger van haar derde kind toen haar man Joseph naar Westerbork moest. Omdat Carolina zwanger was mocht zij en Sara's broertje Louis en zusje Malka van de Duitsers thuisblijven om de geboorte van Sara af te wachten. Sara's vader mocht niet bij de bevalling zijn.Op 8 februari 1944 moesten Carolina en haar drie kinderen Louis (5), Malka (3) en de pasgeboren Sara alsnog naar Westerbork. Lang zouden ze daar niet blijven. Waarschijnlijk gingen ze linea recta naar Auschwitz waar de jonge moeder en haar kinderen op 11 februari overleden.
Ik heb Sara en haar familie niet gekend. Ik weet niet wat er zich precies heeft afgespeeld in haar korte leven. Wat ik weet, heb ik gelezen op het digitaal monument. * KLIK *
Over het digitaal monument heb ik al vaker geschreven. * KLIK *
Ik heb er al tig malen rondgeklickt. Op zoek naar namen, steden, straten of gewoon maar willekeurig gelezen over mensen die ik nooit gekend heb. De foto's gekeken van kinderen die nooit volwassenen zijn geworden. Omdat ik niet wil dat ze vergeten worden.
Mijn familie kent haar eigen verhalen. Ook hun namen staan op het digitaal monument. * KLIK *
En daarom doet het ontzettende pijn als mensen grappen maken over de oorlog. Als mensen proberen te scoren met andermans leed. Mijn leed. Omdat ik er nog dagelijks aan herinnerd word.
Vandaag probeerde ik dat iemand uit te leggen. Iemand die zich afvroeg waarom hij/zij in hemelsnaam morgen twee minuten stil zou moeten zijn. Ik zocht naar een voorbeeld van hoe gruwelijk een oorlog kan zijn en vond Sara.
Sara was pas 9 maanden oud. Zij kon nog niet praten noch lopen. Zij had nog nooit iemand pijn gedaan of iemand gekwetst. Haar leven was pas net begonnen.
Op het digitaal monument staat bij de familie van Sara de volgende mededeling:
Van een of meer mensen in het gezin van dit gezin hebben wij niet kunnen vaststellen of zij de oorlog al dan niet overleefd hebben. Hun naam is niet teruggevonden op lijsten van overlevenden, maar wij hebben hen ook niet met zekerheid kunnen terugvinden in In Memoriam. Zij zijn in het monument als 'overlevend' aangeduid en hun naam is niet vermeld.
Hoe moeilijk is het om twee minuten per jaar je mond te moeten houden? Om in die twee minuten even stil te staan bij het leed dat is aangericht. Respect op te brengen voor diegene die zijn of haar hele familie heeft verloren? Bij diegene die niemand meer heeft die stil voor hem of haar is? Bij een negen maanden oude baby zoals Sara of alle andere baby's die niet om wie ze zijn werden en worden vermoord, maar doordat andere mensen haten.
Wat is nou twee minuten?
een klein Wonder
Jarengeleden toen ik ging samenwonen met mijn toenmalige vriendje, kreeg ik van mijn opa en oma de chanoekia cadeau. * klik *Niet zo maar een chanoekia, maar een antieke die een van hun ouders nog voor de oorlog in Venetië had gekocht en aan mijn opa en oma had gegeven. Een bijzonder familiestuk dus, vooral omdat geen van mijn overgrootouders de oorlog overleefd hebben.
Gisteren was mijn oma jarig. Ze werd 90. Toen mijn opa nog leefde vierden we hun verjaardagen altijd tegelijkertijd. Mijn opa was namelijk de dag voor mijn oma jarig en ze scheelden precies 5 jaar. Hun verjaardagen werden dan ook altijd gevierd. Nu zijn 23 en 24 april een soort van onze familie 4 en 5 mei. Op 23 april staan we stil bij het feit dat opa er niet meer is en op 24 april vieren we dat oma er nog wel is en voorlopig niet van plan is te gaan.
Ongeveer 5 jaar geleden gingen mijn toenmalige vriendje en ik uit elkaar. Na onze breuk ging ik een paar dagen met mijn moeder op vakantie en verhuisde hij alvast al mijn spullen terug. Zo ook de chanoekia. Teruggekomen van vakantie pakte ik mijn spullen uit en zag ik dat de chanoekia het extra armpje miste waarmee je de andere kaarsen aansteekt. Ik zocht en ik zocht, maar kon het armpje niet vinden. Mijn ex haalde zijn hele huis overhoop, keek in de auto, haalde mijn huis overhoop, maar ook hij kon het niet vinden.
Zeer frustrerend, maar bij sommige dingen moet je je nou eenmaal neerleggen. Zelfs als het antieke familiestukken zijn.
Gisteren was mijn oma jarig en op advies van Esther kocht ik allemaal kleine cadeautjes voor haar. Kaarsjes, een plantje, een tijdschrift, crèmes, noten, chocolade et cetera et cetera. Slordig als ik ben, moest ik op de dag zelf nog een doos of mand vinden om alle cadeaus leuk in te doen. Eigenlijk wilde ik er een schoenendoos voor gebruiken, maar die bleek te klein. Ik herinnerde me dat ik op zolder nog wel wat manden had liggen die ik hiervoor zou kunnen gebruiken.
Toen ik een van de manden pakte, viel er iets uit. Het was donker op zolder en in eerste instantie zag ik er maar een glimp van, maar ik wist het meteen. Met een grote glimlach raapte ik het zilveren armpje op. Nog nooit ben ik zo blij geweest dat ik iets terugvond. En ik wist meteen wie ik ervoor moest bedanken.
Tijdens de lunch ter ere van mijn oma's verjaardag vertelde ik wat er gebeurd was. Mijn oma vond het haar mooiste cadeau.
wir haben es nicht gewusst
Kardinaal Simonis,'Wir haben es nicht gewusst', zei u gisteren en meteen daar achteraan gaf u aan te beseffen dat dit een 'zeer beladen uitspraak' is, die 'wel waar' is. De uitdrukking werd na de Tweede Wereldoorlog veelvuldig gebruikt door Duitsers die beweerden niet op de hoogte te zijn geweest van de Holocaust.
Hoe kan u die woorden in uw mond nemen?
'Wir haben es nicht gewusst', werd wel gezegd, maar kom op zeg. Joden werden op straat doodgeschoten, in elkaar geslagen en in veewagens gestopt. Iedereen kon dat zien. Gelooft u echt dat de Duitsers niet wisten dat ze niet naar vakantiekampen werden gestuurd?
Of refereert u met deze uitspraak nog even haarfijn naar de rol van het vaticaan tijdens de oorlog? Het vaticaan dat om haar eigen hachje te redden tijdens de oorlog niets heeft gedaan, nooit wat heeft gezegd en zelfs na de oorlog de moeite niet heeft genomen om de misdaden te veroordelen.
Hoe stom bent u om juist die woorden in uw mond te nemen?
Al denk ik eigenlijk niet dat u stom bent. Ik denk dat u stom speelt. Sterker nog, ik weet het zeker.
Voordat al het misbruik door katholieke priesters daadwerkelijk in de pers naar buiten kwam, hoorde ik al continu verhalen over het misbruik door priesters. Bij mij thuis werden er zelfs misplaatste grappen over gemaakt.
Toevallig had ik het er met vrienden laatst over. Stuk voor stuk kon iedereen zich een annekdote herinneren waaruit bleek dat ze dit allang wisten. Al voordat het 'officieel' in de kranten stond.
Hoe kan het dan, dat u het niet wist?
Dat geloof ik dus niet. Echt niet.
Ik geloof niet in u en uw geloof. Sterker nog. Ik weet niet of ik u dom of slecht moet vinden.
Wir haben es nicht gewusst.
Laat me niet lachen.
Heb uw naasten lief.
My ass.
Ik geloof niet in een god op een wolk met een grijze baard. Ik geloof wel in een god die in onszelf zit en dat iedereen zijn best moet doen een goed mens te zijn, andere mensen zo min mogelijk pijn te doen en de liefde die in je zit moet delen. Zodat je, als het echt afgelopen is, met een geruste blik op je leven kan terugkijken.
De hemel waar ik in geloof, daar draag je bepaalde dingen altijd met je mee. Biechten helpt niet. Afkopen evenmin.
Ik kan me niet voorstellen dat er in de hemel waar ik in geloof plek is voor u en uw kameraden.
Hoogachtend,
Kaat

Bij deze
Het was zondag en ik ging boodschappen doen bij de Albert Heijn. Dat is niet handig. Op zondag boodschappen doen bij de Albert Heijn, al is het natuurlijk wél handig dat je boodschappen kunt doen op zondag bij de Albert Heijn, maar dit terzijde, er wordt hier tenslotte geen reclame gemaakt.Op zondag zijn de rijen voor de kassa megalang. Ik overdrijf niet hoor, soms begint de rij al halverwege de supermarkt. En als je heel erg pech hebt, begint de rij al bij de wijn of bij het brood achterin. Overigens vind ik het het minst erg om in de rij te staan bij de tijdschriften. Dan valt er nog wat te lezen. Maar dit is wederom een terzijde.
"Dat is dan achttien euro en zevenenveertig cent", zei het kassameisje.
Ik had mijn pinpas allang door de sleuf gehaald en was mijn boodschappen al in mijn boodschappentas aan het stoppen. Hoefde alleen nog maar op 'ja' te drukken en deed dat ook.
'Piep', hoorde ik het kassa apparaat doen. Maar dat negeerde ik maar een beetje. Ik ging gewoon verder met boodschappen inpakken.
"Eh... mevrouw", zei het kassameisje. "Betaling niet geaccepteerd".
"Dat kan niet hoor", antwoordde ik rustig omdat ik er absoluut van was overtuigd dat ik genoeg saldo op mijn rekening had staan.
"Toch is het zo", zei het meisje. "Maar dan proberen we het toch nog een keer".
"Ik heb het ook wel cash hoor, maar ik weet zeker dat ik genoeg saldo heb", zei ik terwijl ik mijn pinpas weer door de sleuf haalde.
Het meisje knikte begripvol naar me, maar ergens had ik het gevoel dat ze me niet geloofde.
'Piep', deed het apparaat weer.
"Sorry", zei het meisje terwijl ze met een blik vol medelijden aan keek.
'Zucht, steun en kreun', deden de mensen achter me in de rij.
En hoewel ik 100 procent zeker wist dat er met mijn saldo niets mis was, begon ik nu toch echt rood te worden. Stotterend zei ik: "Okay, hier heb je twintig euro. Maar ik begrijp hier echt niets van".
'Zucht', hoorde ik wederom achter me.
Ik wilde bijna het kassameisje en de rij achter me vertellen hoeveel saldo ik nog op mijn rekening had staan. Maar dat liet ik maar achterwege.
Toen ik naar huis fietste, probeerde ik te pinnen bij de Rabobank.
'Uw pas is gedeactiveerd. Neem contact op met uw bank', zei de pinautomaat.
Eigenwijs als ik ben, waagde ik toch nog een poging met internetbankieren. Maar ook de random reader vertelde dat ik niet kon inloggen en dat ik mijn bank moest benaderen.
Dus dat deed ik de volgende dag. Het was tenslotte zondag en de Rabobank is nog niet zo handig als de Albert Heijn.
's Avonds werd ik pas teruggebeld.
"U bent geskimd", zei de Rabobankmevrouw. "Dus we hebben u preventief geblokkeerd".
"Ah", zei ik. "Vandaar dat mijn pas het opeens nergens meer deed".
Ik bleek in de Vero Moda in de Kalverstraat op 14 februari geskimd te zijn. Hoe romantisch.
De Rabobankmevrouw gaf me nog wel een compliment want ik had mijn pincode goed afgeschermd en daarom was er niets van mijn rekening afgehaald. Dat was tenminste iets. Je pas wordt geblokkeerd omdat wat ongedierte je rekening heeft geprobeerd te plunderen, maar hé, goed afgeschermd pinnen daar ben ik dus megagoed in. Dat men het even weet.
Weer iets om op mijn cv te zetten.
Maar goed. Even voor het kassameisje en de rij achter me bij de Albert Heijn afgelopen zondag. Ik had dus WEL genoeg saldo. Ik kon hier dus HEUS niets aan doen. Ik was een slachtoffer. Een heus slachtoffer. Maar wel een die heel goed afgeschermd kan pinnen. Dat men het even weet.
En de volgende keer dat ik zelf in de rij sta en er is iemand voor me die niet kan pinnen, dan beloof ik plechtig zelf ook niet meer te zuchten. Bij deze.
In Control
Het was 1994 en mijn vriendinnen en ik vierden gezamenlijk Sinterklaas. We hadden lootjes getrokken en er was al weken gespeculeerd wie wie zou 'hebben'.Aan de krakkemikkige tafel in de gemeenschappelijke kamer van het studentenhuis waar een van mijn vriendinnen woonde, hadden we kaasfondue gegeten.
Hoewel iedereen nog vol zat van het eten, werd de tafel volgeladen met pepernoten, marsepein, schuimpjes en borstplaatjes.
Iedereen was druk, dit was het tweede jaar dat we samen Sinterklaas vierden en dit jaar kenden we elkaar natuurlijk veel beter dan het jaar ervoor.
Ik had L's lootje getrokken en echt mijn best gedaan. Helaas ben ik geen creatieve knutselkampioen, maar voor wat ik kán maken, had ik mezelf overtroffen. Bovendien had ik een lang, grappig en bovendien complimenteus gedicht gemaakt.
In mijn herinnering was ik als eerste aan de beurt. Het handschrift dat op de enveloppe stond geschreven had ik niet herkend. Nieuwsgierig trok ik mijn gedicht eruit. Ik keek de kamer rond en zag dat een van de meisjes van kleur verschoot. Zij moest het zijn geweest.
Ik nam het gedicht in mijn handen en droeg het voor.
Soms ben ik net een vent. Of erger. Ik kan namelijk geen twee dingen tegelijk, laat staan vier. Voorlezen, écht begrijpen wat er staat, naar opmerkingen luisteren en leuke counterjokes maken bijvoorbeeld. En dus liet ik nummer twee van dat écht begrijpen maar achterwege. Tenslotte moest ik me concentreren op de andere drie bezigheden.
Ik had wel door dat het epistel over eten en drinken ging en iets met mate of zo, maar echt doordringen deed het nog niet. Toen ik klaar was met mijn voordracht, kuste ik de dader dan ook enthousiast en bedankte haar voor de surprise, het cadeau en het gedicht.
En pas halverwege de avond, toen we even een plaspauze hadden, las ik de woorden nog eens rustig over. Pas toen begon de intentie van haar woorden een beetje door te dringen.
De dader had mij het afgelopen jaar goed geobserveerd. Maar alleen onder het eten of in de kroeg. Ik hou van drinken en eten moet je weten. Als iets lekker is, dan eet ik het ook op. Als ik gezellig drankjes aan het drinken ben, dan sla ik niet het derde glas af omdat ik aan mijn lijn moet denken. Ik sla alleen een drankje af als ik merk dat ik er tipsy van word. Omdat ik er niet zo van houd, de controle over mezelf finaal kwijt te raken. Ik zou nooit zo veel eten dat ik er maagpijn van krijg. Wat dat betreft ben ik de Wilders van mijn buik: 'Vol is vol'. Maar nadenken over mijn gewicht terwijl ik (lekker) eet, dat doe ik dus niet. En daarom ben ik geen size 0, maar schommel ik tussen maat 36 en 38. Soms een kilo of wat te veel, soms prima op gewicht. Jojo is my middle name.
Zoals ik al schreef, had de schrijfster van het gedicht mijn eetgedrag goed in de gaten gehouden. Ze wist nog precies hoeveel drankjes ik waar genuttigd had en dat ik toen en toen toen nog een tweede portie had genomen. Ik at altijd mijn buikje rond en rond zou ik ooit worden.
De rest van de avond heb ik geen pepernoot meer aangeraakt. Het heeft zeker nog minstens tien ontmoetingen met haar geduurd totdat ik weer gewoon in haar bijzijn durfde te eten of te drinken. En nog steeds let ik er altijd op dat ik niet naast haar aan tafel ga zitten, als we elkaar weer zien.
Het is 2010 en vriendin L, ja die van het lootje, laat me foto's zien van de schrijfster van het gedicht. Ik zie de schrijfster bijna nooit meer. Zo gaat dat met vriendinnen. Sommige houd je makkelijk de rest van je leven en anderen raak je net zo makkelijk zo weer kwijt.
Ik kijk naar de foto's en schrik. Haar donkere ogen staan in holle kassen en haar sleutelbenen en ribben steken zelfs door haar truitje heen uit. Ze houdt een klein kindje op haar arm, maar lijkt elk moment te kunnen bezwijken. Ze lacht, maar haar ogen lachen niet mee. Het is niet echt. Het is het plaatje dat ze in haar hoofd had en dat werkelijkheid moest worden. En nu de werkelijkheid daar is, lijkt ze er niet van kunnen te genieten.
Als ik naar de foto's kijk, dringt haar gedicht uit 1994 pas écht goed door. Dit is het resultaat van je volwassen leven lang calorieën tellen. Dit is het resultaat van altijd in control blijven. Het resultaat van niet leven, maar plannen.
Ik had niet het probleem, zij had het.
Maar wat als ze nou een fantastisch product hebben?
Ooit in een ver verleden toen ik nog een armzalige student was marketeerde ik tele. Dat is een mooie manier om te zeggen dat ik argeloze gezinnen lastig viel door op een doordeweekse avond, zo rond de tijd dat net Goede Tijden Slechte Tijden slash Acht Uur Journaal begon, op te bellen om ze iets aan te smeren.Lang heb ik het niet volgehouden. De eerste opdracht die ik kreeg was samen met een vriendinnetje district Brabant te moeten bellen terwijl we ergens midden in februari bivakkeerden. Zelden zo veel verschillende antwoordapparaten achter elkaar moeten beluisteren. De tweede keer dat ik moest bellen, vroeg ik een vrouw of haar man thuis was. Die bleek net een paar weken eerder te zijn overleden. Dat was de bloody limit. Nadien ben ik nooit meer gaan werken bij de Telemarketeer.
Nu vind ik het strontvervelend als ik zelf wordt lastig gevallen. Meestal zeg ik zoiets als: "Stop maar. Geen interesse. Dag". Ik vind het gewoon echt niet leuk dat er weer een instantie aan mijn privénummer is gekomen terwijl ik toch een aantal maanden geleden voor de derde keer mijn huisnummer veranderd heb.
'Maar wat als ze nou echt een goed product hebben', vroeg ik mezelf een tijdje geleden af. 'Dan moeten ze dat maar op een andere manier aan de man brengen', concludeerde ik daarna heel snel. Telefonische verkoop sucks big time. Voor mij dan. Ik wil gewoon niet op zaterdagochtend uit mijn nest gebeld worden en ik wil al helemaal niet op een doordeweekse avond als ik net lekker voor mijn favoriete programma op de bank genesteld ben, lastig gevallen worden door een hakkelende student die een standaard praatje opdreunt.
Hetzelfde geldt voor Jehova's. Als er bij mij aangebeld wordt dan zijn het of a) vrienden of familie, of b) het is iemand met wie ik afgesproken heb maar die niet tot de eerste categorie behoort, of c) het is de postbode of een andere bezorgdienst die iets voor mij of mijn buren komt brengen of d) het zijn jehova's. Invading my privacy. Denken ze nou echt dat ze me op die manier kunnen overtuigen om een of ander middeleeuws geloof aan te nemen? Nee dus.
'Maar wat als ze nou echt een goed product hebben? Een soort Jehova geloof 2.0?' 'Dan moeten ze dat maar op een andere manier aan de man brengen'. Aan mijn voordeur wordt niet gekocht. Ik zie het zelfs als spam'. *klik*
Afgelopen zaterdagochtend zat ik rustig op de bank met een tijdschrift en een kop koffie bij te komen van een leuke vrijdagavond met collega's. 'Trrringggg', deed mijn voordeurbel. Ik stond op en liep richting intercom onderwijl me afvragend wie er voor de deur zou staan.
"Hallo", zei ik.
"Goedemorgen mevrouw", riep een enthousiaste jongensstem. "Wij komen u een kleine attentie br".
"Laat maar", riep ik terug. "Geen interesse. Ik heb al een geloof".
"Maar..", probeerde de jongen nog.
"Sorry, maar ik heb dus geen interesse", zei ik terwijl ik de hoorn op mijn intercomgeval hing.
Tien minuten later besloot ik naar buiten te gaan om boodschappen te doen. In mijn straat stond een busje geparkeerd met daarop met grote rode letters PVDA geschreven. Bij verschillende voordeuren zag ik mensen met witte jassen met daarop in grote rode letters PVDA gedrukt. Ze hielden grote bossen rode rozen vast en foldertjes.
'Maar wat als ze nou echt een goed product hebben? Zoals een fantastisch gemeenteraadsverkiezingsprogramma?' 'Dan moeten ze dat maar op een andere manier aan de man brengen'. Aan mijn voordeur wordt niet gekocht'.
Zou de PVDA er überhaupt rekening mee hebben gehouden dat sommige mensen ze zouden associëren met jehova's? Misschien moet ze op zoek naar een betere marketeer, want zoals ik al zei: Verkoop aan de deur daar doe ik niet aan. Al lijkt het me sowieso ook vrij onwaarschijnlijk dat ze echt een fantastisch product kwamen verkopen.